Tokaj en Hongaarse wijnen

Hongarije is het land waar wij ons het hardst voor maken. Niet omdat het in de mode is, maar omdat wij er zelf inkopen en importeren — en omdat de wijnen simpelweg beter zijn dan hun bekendheid in Nederland doet vermoeden. Wie Tokaj eenmaal geproefd heeft, begrijpt waarom deze streek eeuwenlang aan Europese hoven op tafel stond.

Tokaj: de eerste geclassificeerde wijnstreek ter wereld

Tokaj ligt in het noordoosten van Hongarije, waar de rivieren Bodrog en Tisza samenkomen. De streek werd al in 1737 per koninklijk decreet afgebakend en geclassificeerd — ruim vóór Bordeaux zijn beroemde classificatie van 1855 kreeg. Sinds 2002 staat het cultuurlandschap op de UNESCO-werelderfgoedlijst.

De ondergrond is vulkanisch: verweerd tufsteen en riolieten, vaak afgedekt met löss en klei. Die bodem geeft de wijnen hun herkenbare kern van rokerige mineraliteit. Even belangrijk is de mist die in het najaar vanaf de rivieren de wijngaarden intrekt. Vochtige ochtenden, droge middagen — precies de omstandigheden waarin Botrytis cinerea, de edele rotting, zich ontwikkelt zonder de druif te bederven.

Furmint: de druif die alles kan

De hoofdrol is voor Furmint: een witte druif met hoge natuurlijke zuurgraad en een dikke schil die botrytis goed verdraagt. Daarnaast wordt Hárslevelű ("lindeblad") gebruikt voor geur en zachtheid, en Sárga Muskotály voor bloemige tonen.

Wat Furmint bijzonder maakt, is zijn dubbelrol. Dezelfde druif levert de zoete klassiekers én — sinds de jaren negentig in opmars — kurkdroge witte wijnen met appel, peer, rokerige mineraliteit en een zuurgraad die het beste van Chablis of Rheingau benadert. Voor wie zoete wijn niets vindt, is droge Furmint de reden om Tokaj alsnog te proberen.

Aszú: hoe die zoetheid ontstaat

Aszú-bessen zijn druiven die aan de stok door edele rotting zijn ingedroogd. Ze worden met de hand en per bes geplukt — meerdere passages door dezelfde wijngaard, wat de prijs verklaart. De ingedroogde bessen worden tot een pasta verwerkt en toegevoegd aan een basiswijn of most, waarna een langzame gisting en jarenlange vatrijping volgen.

De zoetheid werd traditioneel uitgedrukt in puttonyos, naar de mand waarmee de Aszú-bessen werden aangedragen. Sinds de oogst van 2013 hanteert Tokaj strengere regels: een wijn mag zich alleen nog Aszú noemen bij minimaal 120 gram restsuiker per liter, wat overeenkomt met wat vroeger 5 puttonyos heette. Door de hoge zuurgraad smaakt zo'n wijn nooit stroperig — juist die spanning tussen zoet en zuur maakt hem zo lang houdbaar.

Naast Aszú bestaat Szamorodni ("zoals het gegroeid is"), waarbij hele trossen worden geoogst inclusief de al dan niet ingedroogde bessen. Dat levert een droge of licht zoete stijl op, vaak met een nootachtig karakter.

Waarom je Hongaarse wijn bij ons vindt

Hongarije is onze eigen importmarkt. Wij kopen er rechtstreeks in, kennen de makers en proeven wat we meenemen. Dat is de reden dat je bij ons Hongaarse wijnen aantreft die verder nauwelijks in Nederland te krijgen zijn — droge Furmint, Aszú, en de rode wijnen uit streken als Eger en Villány.

  • Droge Furmint — bij gerookte vis, gevogelte of jonge kaas.
  • Aszú — bij blauwe kaas, foie gras of gewoon in plaats van dessert.
  • Egri Bikavér — de bekende rode blend uit Eger, stevig maar niet zwaar.

Nieuwsgierig maar geen idee waar te beginnen? Kom langs in Almere; wij laten je liever proeven dan dat we het uitleggen.

Veelgestelde vragen

Uit het magazine

Nieuw in het magazine.