Cserszegi Fűszeres
Cserszegi Fűszeres (spreek uit: tsjersegi fuseresj) is een Hongaarse witte druif uit 1960, gekweekt door Károly Bakonyi als kruising van Irsai Olivér en Roter Traminer. De naam betekent "de kruidige uit Cserszegtomaj", naar het dorp bij het Balatonmeer waar hij ontstond.
Van zijn ouders erfde hij het beste van twee kanten: de frisse, bloemige geur van Irsai Olivér en de kruidigheid van de Traminer-familie, waar ook Gewürztraminer toe behoort. Het resultaat is een wijn die geuriger is dan de meeste witte wijnen in zijn prijsklasse, maar wel droog en fris blijft. In het Verenigd Koninkrijk is hij jarenlang verkocht onder de bijnaam "Hungarian Spice", omdat de echte naam onuitspreekbaar bleek.
Wat voor een wijn is Cserszegi Fűszeres?
Bleek strogeel, licht tot middelmatig van body, frisse zuren en een gemiddeld alcoholgehalte van rond de 12 procent.
Geur: witte bloemen en vlierbloesem, rijpe peer en perzik, lychee en een kruidige, licht peperige toon — dat laatste is het aandeel van de Traminer-kant.
Smaak: droog en sappig, met meer geur dan gewicht. De Lellei Cserszegi Fűszeres vat het samen: geurig, fruitig en levendig. Hij zit ook in de blend Garamvári Arany Birtokbor.
Wie Gewürztraminer te vol en te alcoholisch vindt maar de kruidige geur wel waardeert, heeft aan deze druif een goede tussenvorm.
Cserszegi Fűszeres serveren en combineren
Temperatuur: 8 tot 10 graden. Goed gekoeld komt de frisheid het best uit; te koud verlies je de bloemengeur.
Bewaren: jong drinken, binnen een tot twee jaar. Dit is geen wijn om weg te leggen.
Eten: de combinatie van geur en frisheid maakt hem verrassend breed inzetbaar.
- Als aperitief of bij hapjes.
- Salades met fruit, noten of geitenkaas.
- Gerookte vis, garnalen, mosselen.
- Kip en kalkoen met lichte kruiden.
- Licht gekruid Aziatisch eten: loempia's, dim sum, gerechten met gember.
Het Hongaarse aanbod staat bij Hongaarse wijn en witte wijn uit Hongarije; in de winkel bij Hongaarse wijn in Almere.
Veelgestelde vragen over Cserszegi Fűszeres
Ongeveer als tsjersegi fuseresj. De naam betekent "de kruidige uit Cserszegtomaj", het dorp bij het Balatonmeer waar de druif in 1960 werd gekweekt.
Witte bloemen en vlierbloesem, rijpe peer en perzik, lychee en een kruidige, licht peperige toon. Droog en fris, licht tot middelmatig van body, rond de 12 procent alcohol.
Uit Hongarije. Hij werd in 1960 gekweekt door Károly Bakonyi als kruising van Irsai Olivér en Roter Traminer, en groeit vooral rond het Balatonmeer en in Zuid-Hongarije.
Nee, hij wordt vrijwel altijd droog gemaakt. Dat hij zoet lijkt komt door de bloemige, kruidige geur die hij van zijn ouderdruiven meekreeg.
Ze delen de Traminer-familie en dus de kruidige geur, maar Gewürztraminer is veel voller, met 13,5 tot 14,5 procent alcohol en weinig zuur. Cserszegi Fűszeres blijft licht, fris en droog. Zie Gewürztraminer.
Als aperitief, bij salades met fruit of geitenkaas, gerookte vis, mosselen, kip met lichte kruiden en licht gekruid Aziatisch eten.