Kékfrankos
Kékfrankos (spreek uit: kaykfrankosj) is de meest aangeplante rode druif van Hongarije en de ruggengraat van vrijwel elke serieuze Hongaarse rode wijn. De naam betekent letterlijk "blauwe Frank". In Oostenrijk heet dezelfde druif Blaufränkisch, in Duitsland Lemberger en in Slowakije Frankovka.
Hij is geen krachtpatser en wil dat ook niet zijn. Kékfrankos combineert donker fruit met een frisheid die je van een rode wijn uit Midden-Europa niet verwacht, en juist daarom werkt hij zo goed aan tafel. Wie hem voor het eerst proeft, denkt vaak aan een kruising tussen Pinot Noir en een lichte Syrah.
Wat voor een wijn is Kékfrankos?
Diep robijnrood, middelmatig van body, fris zuur en een tannine die aanwezig is maar niet stroef. Meestal 12,5 tot 13,5 procent alcohol: beduidend lichter dan de meeste moderne rode wijnen.
Geur: bosbes en zwarte kers voorop, met zwarte peper, viooltje en een kruidige, soms wat eucalyptusachtige ondertoon. Met houtrijping komen daar vanille, cacao en tabak bij.
Smaak: sappig en levendig, met een peperige afdronk. Jong is hij fruitig en direct te drinken; van oude stokken en met hout krijgt hij structuur en gaat hij jaren mee.
De Markvárt Kékfrankos laat het klassieke profiel zien: bosbessen met die herkenbare eucalyptustoon.
Bikavér: stierenbloed uit Eger en Szekszárd
Bikavér — letterlijk stierenbloed — is de bekendste Hongaarse rode wijn en bestaat alleen als blend. Kékfrankos is er verplicht de basis van, aangevuld met andere druiven zoals Kadarka, Merlot of Cabernet Sauvignon. Er zijn twee gebieden die de naam mogen gebruiken: Eger in het noorden, waar de wijnen frisser en kruidiger zijn, en Szekszárd in het zuiden, waar ze voller en warmer uitvallen.
Bij ons allebei: de Markvárt Bikavér uit Szekszárd, met 50% Kékfrankos en 10% Kadarka, en de Kovács Nimród Jazz Superior Bikavér uit Eger. Van hetzelfde huis is er ook de Kovács Nimród Cool Cuvée.
De legende wil dat de naam ontstond bij het beleg van Eger in 1552, toen de verdedigers rode wijn dronken en de belegeraars dachten dat ze stierenbloed voor kracht gebruikten. Leuk verhaal; de naam duikt pas eeuwen later in bronnen op.
Kékfrankos serveren en combineren
Temperatuur: 14 tot 16 graden. Dit is een rode wijn die baat heeft bij koel schenken; op kamertemperatuur verliest hij zijn frisheid. Op een warme dag mag een jonge Kékfrankos een kwartier in de koelkast.
Lucht: een Bikavér met houtrijping wint bij een half uur in de karaf; een jonge Kékfrankos hoeft niets.
Bewaren: jonge wijnen binnen drie tot vijf jaar, een goede Bikavér of een wijn van oude stokken acht tot tien jaar.
Eten: de combinatie van fris zuur en peper maakt hem breed inzetbaar.
- Goulash en pörkölt — de eigen keuken, en niet voor niets: paprika en Kékfrankos zijn voor elkaar gemaakt.
- Gegrilde worst, spek, gerookt vlees.
- Eend en gans, zeker met rode kool of zuurkool.
- Stoofvlees met paprika, gevulde paprika's, ratatouille.
- Middelhard gerijpte kazen en gerookte kaas.
Het Hongaarse aanbod staat bij Hongaarse wijn en rode wijn uit Hongarije; in Almere vind je het bij Hongaarse wijn in Almere.
Veelgestelde vragen over Kékfrankos
Bosbes en zwarte kers, met zwarte peper, viooltje en een kruidige ondertoon. Middelmatig van body, fris zuur, zachte tannine en meestal 12,5 tot 13,5 procent alcohol — lichter dan de meeste moderne rode wijnen.
Ja. Kékfrankos is de Hongaarse naam, Blaufränkisch de Oostenrijkse, Lemberger de Duitse en Frankovka de Slowaakse. Het is dezelfde druif, met per land een eigen stijl.
Bikavér betekent stierenbloed en is een Hongaarse rode blend waarin Kékfrankos de basis vormt, aangevuld met druiven als Kadarka, Merlot of Cabernet Sauvignon. Alleen Eger en Szekszárd mogen de naam gebruiken: Eger maakt hem frisser en kruidiger, Szekszárd voller en warmer.
14 tot 16 graden, dus koeler dan de meeste rode wijnen. Zijn kracht is de frisheid, en die verdwijnt als je hem op kamertemperatuur schenkt. Op een warme dag mag hij kort in de koelkast.
Goulash en andere paprikagerechten, gegrilde worst, gerookt vlees, eend met rode kool en stoofvlees. Het frisse zuur en de peperige toon passen bij stevig maar niet zwaar eten.
Het dichtst in de buurt komt een lichte Syrah (peper, donker fruit) met de frisheid van een Pinot Noir. Wie van beide houdt, zit bij Kékfrankos goed.