Sangiovese
Sangiovese is de meest aangeplante rode druif van Italië en het hart van vrijwel elke bekende Toscaanse wijn: Chianti, Brunello di Montalcino, Vino Nobile di Montepulciano, Morellino di Scansano. De naam wordt meestal uitgelegd als sanguis Jovis, het bloed van Jupiter.
De druif is een kameleon, maar anders dan Chardonnay: hij past zich niet aan de wijnmaker aan maar aan de grond. Op de kalk- en kleibodems rond Montalcino geeft hij een krachtige wijn die dertig jaar meegaat; twintig kilometer verderop in de Chianti-heuvels een lichtere, sappige wijn voor bij het eten. Wat overal hetzelfde blijft: de geur van zure kers, en het hoge zuur dat de wijn aan tafel zo bruikbaar maakt.
Wat voor een wijn is Sangiovese?
Middelrood tot granaatrood, zelden inktzwart. Middelmatig tot vol van body, hoog zuur en stevige, wat stoffige tannine. Dat is de combinatie die Sangiovese zo goed bij eten maakt en die hem jong wat streng laat smaken.
Geur: zure kers is het handelsmerk, met pruim, tomatenblad, gedroogde kruiden, thee en een aardse ondertoon. Met rijping komen daar leer, tabak, viooltjes en balsamico bij.
Smaak: fris, kruidig en droog, met een afdronk die eerder hartig dan fruitig is. Wie een ronde, zoetige rode wijn zoekt, zit beter bij Primitivo of Merlot. Wie een wijn zoekt die bij een bord pasta of een stuk vlees de smaak juist opent, zit hier goed.
Chianti, Brunello of Rosso? Wat de namen betekenen
Sangiovese heeft in Toscane onder elke naam een ander gezicht en een andere prijs. De belangrijkste:
Chianti en Chianti Classico. Chianti is het grote gebied, Chianti Classico het historische hart ertussen Florence en Siena, met het zwarte haantje op de hals. Classico heeft strengere regels en is bijna altijd de betere wijn. Bij ons: Poggio del Sasso Chianti en Martoccia Chianti als instap, Geografico Chianti Colli Senesi, en als Classico de Antinori Peppoli, Mazzei Fonterutoli, Rocca di Castagnoli en de Riserva Poggio a' Frati. Het verschil tussen de twee staat uitgelegd bij Chianti of Chianti Classico.
Brunello di Montalcino. 100% Sangiovese van een eigen kloon (Sangiovese Grosso), minimaal vijf jaar rijping waarvan twee op hout — voor een Riserva zes jaar. Dit is de krachtigste en langst houdbare vorm van de druif, en de duurste. Martoccia, Casisano, Il Poggione, Antinori Pian delle Vigne, Costanti, en als Riserva de Casisano Colombaiolo en Il Poggione Vigna Paganelli. De vergelijking met Chianti staat bij Chianti of Brunello.
Rosso di Montalcino. Van dezelfde wijngaarden als Brunello, maar met een jaar rijping in plaats van vijf. Dezelfde herkomst voor een derde van de prijs, en jong al te drinken: Martoccia Rosso, Il Poggione Rosso en Cantina di Montalcino. Dit is de slimste kennismaking met Montalcino.
Morellino di Scansano en Maremma. Aan de warmere Toscaanse kust: ronder en fruitiger, minder streng. Poggio Maestrino Morellino Riserva en Martoccia Maremma.
Toscana IGT. Sangiovese alleen of gemengd met Franse druiven, zonder de regels van een DOCG. Soms eenvoudig, soms juist de topwijn van een huis: Camperchi Sangiovese, Camperchi Il Burrone (met Merlot) en Martoccia Luca.
Sangiovese serveren en combineren
Temperatuur: 16 tot 18 graden. Een lichte Chianti mag een graad koeler.
Lucht: een Brunello jonger dan tien jaar wint bij een uur in de karaf; een Chianti of Rosso hoeft niets.
Bewaren: Chianti binnen vijf jaar, Chianti Classico Riserva vijf tot tien, Brunello tien tot twintig jaar en een Riserva langer.
Eten: het hoge zuur maakt Sangiovese de wijn bij tomaat — de combinatie waar de meeste rode wijnen op stuklopen.
- Pasta met tomatensaus, ragù, lasagne, pizza. Zie ook wijn bij pasta.
- Bistecca alla fiorentina en ander gegrild rundvlees, bij een Chianti Classico of Brunello.
- Wild zwijn (pappardelle al cinghiale), konijn, gebraden kip met rozemarijn.
- Pecorino Toscano en andere schapenkazen.
- Salami, prosciutto, crostini met leverpaté.
Voor de Spaanse tegenhanger: Rioja of Chianti. Het volledige aanbod staat bij Italiaanse wijn en rode wijn uit Italië.
Veelgestelde vragen over Sangiovese
Zure kers is het handelsmerk, met pruim, tomatenblad, gedroogde kruiden en thee; bij rijping leer, tabak en viooltjes. Hoog zuur en stevige, wat stoffige tannine, met een hartige in plaats van fruitige afdronk.
Chianti is een gebied in Toscane, Sangiovese de druif. Chianti moet minimaal 70% Sangiovese bevatten, Chianti Classico minimaal 80%. Brunello di Montalcino, Vino Nobile en Morellino di Scansano zijn ook Sangiovese-wijnen, uit andere delen van Toscane.
Brunello is 100% Sangiovese uit Montalcino en moet minimaal vijf jaar rijpen, waarvan twee op hout. Chianti heeft lichtere regels, mag andere druiven bevatten en is jonger op de markt. Brunello is krachtiger, langer houdbaar en duurder. Zie Chianti of Brunello.
Wijn van dezelfde druiven en wijngaarden als Brunello, maar met één jaar rijping in plaats van vijf. Hij is jonger, fruitiger en kost een fractie van een Brunello — de goedkoopste manier om te proeven wat Montalcino met Sangiovese doet.
Omdat het zuur in de wijn het zuur in de tomaat opvangt. Bij een rode wijn met weinig zuur maakt tomatensaus de wijn slap en bitter; bij Sangiovese gebeurt het omgekeerde en komen allebei beter uit de verf.
Een gewone Chianti binnen vijf jaar, een Chianti Classico Riserva vijf tot tien jaar, een Brunello tien tot twintig jaar en een Brunello Riserva langer. Het hoge zuur en de stevige tannine zijn wat de wijn zo houdbaar maakt.