Corvina
Corvina is de hoofddruif van Veneto, het gebied rond Verona en het Gardameer. Van dezelfde druif komen een lichte, frisse zomerwijn en een van de machtigste rode wijnen van Italië — en dat verschil zit niet in de wijngaard maar in wat er na de oogst met de druiven gebeurt.
Corvina wordt vrijwel nooit alleen gebruikt. De klassieke blend is Corvina met Rondinella en Molinara, soms met Corvinone erbij. Onder die combinatie vallen vier wijnen: Bardolino, Valpolicella, Ripasso en Amarone. Wie die vier uit elkaar kan houden, begrijpt Veneto.
Wat voor een wijn is Corvina?
Corvina heeft een dikke schil maar weinig kleurstof, veel zuur en middelmatige tannine. Dat geeft een wijn die lichter van kleur is dan je verwacht, met frisheid die zelfs bij veel alcohol overeind blijft.
Geur: zure kers is het handelsmerk, met rode bes, amandel en een kruidige, licht bittere ondertoon. Bij gedroogde druiven komen daar pruim, vijg, chocolade en tabak bij.
Smaak: fris en kersachtig in de lichte vorm; vol, warm en rijk in de gedroogde vorm. De bittere amandeltoon in de afdronk is typisch voor de druif en hoort erbij.
Puur te proeven in de Monte Tondo Corvina en de Torre del Falasco Corvina. Corvina kan ook rosé: de Monte Tondo Corvina Rosato Frizzante.
Bardolino, Valpolicella, Ripasso, Amarone
Vier namen, dezelfde druiven, vier bewerkingen — van licht naar zwaar.
Bardolino. Van de oostelijke oever van het Gardameer, waar de zandige bodem en de meerwind een lichte, frisse wijn geven. Rood fruit, weinig tannine, licht gekoeld te drinken. Torre del Falasco Bardolino, Giarola Bardolino en de Giarola Bardolino Superiore.
Valpolicella. Uit de heuvels ten noorden van Verona: iets voller dan Bardolino, met meer kers en kruiden. Classico betekent uit het historische kerngebied, Superiore betekent meer alcohol en een jaar rijping. Torre del Falasco, Monte Tondo San Pietro Superiore, Cantina Lavagnoli Superiore en Santa Sofia Montegradella.
Ripasso. Gewone Valpolicella wordt over de nog warme schillen van de Amarone-gisting gepompt. De wijn neemt daar suiker, kleur en smaak van over: voller en zachter dan Valpolicella, lichter en goedkoper dan Amarone. Vandaar de bijnaam "baby Amarone". Torre del Falasco Ripasso, Biscardo Ripasso, Monte Tondo Campo Grande en Luciano Arduini Ripasso Classico Superiore.
Amarone. De druiven worden na de oogst drie tot vier maanden gedroogd op rekken — appassimento. Ze verliezen tot 40% van hun gewicht aan vocht, waardoor suiker en smaak zich concentreren. Het resultaat: 15 tot 16,5 procent alcohol, droog, met pruim, vijg, chocolade en tabak. Torre del Falasco, Biscardo, Monte Tondo, Giarola, Santa Sofia Classico, Zenato en de Tedeschi Capitel Monte Olmi. Een uitgebreide vergelijking staat bij Amarone of Ripasso.
Wordt het drogen gestopt voordat alle suiker is vergist, dan ontstaat de zoete Recioto — de oorspronkelijke wijn van het gebied, waar Amarone ooit een mislukte, doorgegiste versie van was.
Corvina serveren en combineren
Temperatuur: Bardolino 12 tot 14 graden (licht gekoeld mag), Valpolicella en Ripasso 15 tot 17, Amarone 16 tot 18.
Lucht: een Amarone wint bij een uur in de karaf; Bardolino en Valpolicella hoeven niets.
Bewaren: Bardolino binnen twee jaar, Valpolicella binnen vier, Ripasso vijf tot acht jaar, Amarone tien tot twintig jaar en een Riserva langer.
Eten: de vier stijlen vragen elk om iets anders.
- Bardolino: pizza, salades met vlees, gegrilde groenten, lichte pasta. Ook goed bij een zomerse lunch.
- Valpolicella: pasta met tomaat of vlees, risotto all'Amarone, gegrilde kip. Zie ook wijn bij pasta.
- Ripasso: stoofvlees, lamsbout, gerijpte kaas, wild.
- Amarone: wild, gebraden gans, ossobuco, en vooral oude Parmigiano of Grana. Of solo na het eten, met een stuk pure chocolade.
Het volledige aanbod staat bij Italiaanse wijn en rode wijn uit Italië.
Veelgestelde vragen over Corvina
Zure kers is het handelsmerk, met rode bes, amandel en een kruidige, licht bittere ondertoon. Bij gedroogde druiven (Amarone) komen pruim, vijg, chocolade en tabak erbij. De bittere amandeltoon in de afdronk is typisch voor de druif.
Valpolicella is de basiswijn van verse druiven. Ripasso is Valpolicella die over de gebruikte schillen van de Amarone-gisting is gepompt en daardoor voller wordt. Amarone wordt gemaakt van druiven die maandenlang zijn gedroogd, wat 15 tot 16,5 procent alcohol en veel concentratie geeft. Zie Amarone of Ripasso.
Het drogen van de druiven na de oogst, drie tot vier maanden op rekken. Ze verliezen tot 40 procent van hun gewicht aan vocht, waardoor suiker en smaak zich concentreren. Het is de techniek achter Amarone en Recioto.
Nee, al gebruiken ze dezelfde druiven. Bardolino komt van de zandige oever van het Gardameer en is lichter en frisser; Valpolicella komt uit de heuvels ten noorden van Verona en is voller, met meer kers en kruiden.
Nee, Amarone is droog — de naam betekent letterlijk "de grote bittere". Hij voelt vol en rijk door de hoge alcohol en het geconcentreerde fruit. De zoete versie van dezelfde druiven heet Recioto.
Wild, gebraden gans, ossobuco en vooral oude Parmigiano of Grana. Amarone is ook een van de weinige rode wijnen die je prima zonder eten drinkt, eventueel met pure chocolade.